de wet kwaliteit, klachten en geschillenzorg

Een blog over een onderwerp van belang voor therapeuten maar ook voor cliënten. Want als cliënt is het ook goed om te weten wat je rechten zijn met betrekking tot klachten en geschillen en welke kwaliteit er te verwachten is van therapeuten.

Normaal schrijf ik een blog over hoe je beter in je kracht kan staan of welke klachten goed te behandelen zijn met shiatsu. Waar vaak niet bij stil gestaan wordt is, hoe het geregeld is wanneer er iets misgaat bij de behandeling, er een verstoring optreedt binnen de behandel relatie. Tot dit jaar werd dit door de beroepsgroep zelf geregeld en wanneer een therapeut aangesloten is bij een beroepsvereniging is via deze weg klachtafhandeling meestal geregeld. Echter sinds dit jaar is er een wet van kracht om de cliënt nog beter te beschermen bij calamiteiten namelijk
de wet kwaliteit, klachten en geschillenzorg. Deze wet is er om de cliënt te beschermen en ten alle tijden de mogelijkheid te geven voor een goede klacht afhandeling.
Omdat deze wet ook geldt voor de complementaire zorg heeft dit consequenties waar een therapeut wettelijk aan moet voldoen een belangrijke eis die ingaat op 1-1-2017 is dat therapeuten een klachtenfunctionaris tot hun beschikking hebben en aangesloten zijn bij een geschillencommissie.

Zelf ben ik aangesloten bij beroepsvereniging Zhong en de koepelorganisaties de KAB en de RBCZ via welke de klachtenafhandeling gewaarborgd is en vanaf 1-1-2017 ook de aansluiting bij een geschillencommissie. Om dit te blijven heb ik afgelopen jaar de opleiding westers medische basiskennis nogmaals gedaan. Een van de opdrachten was een paper te schrijven en ik heb dit over deze wet gedaan en via deze weg wil ik de belangrijkste conclusie delen voor degene die hier in geïnteresseerd zijn.

Welke consequenties heeft de wet kwaliteit, klachten en geschillenzorg

Vanuit de gedachte dat een cliënt recht heeft op informatie over de zorg die wordt verleend en dat openheid over de wijze van behandeling en afhandeling van klachten escalatie tussen cliënt en therapeut kan voorkomen, is een wet opgesteld die ook van toepassing is op het complementaire veld.
Dit is van invloed op hoe de overheid omgaat met het complementaire veld en de individuele therapeut.

De wet betreft handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg.

Tot 1 januari 2016 bepaalden de zorgverzekeraars en de koepelorganisaties de regels voor therapeuten die vergoed worden door zorgverzekeraars.
Sinds 1 januari 2016 is dit overgenomen door de overheid. Deze wet geldt voor een ieder die stelt mensen te helpen met hun gezondheid. Dus ook therapeuten die niet door zorgverzekeraars vergoed worden.
Waar in het verleden de zorgverzekeraars de verantwoording voor kwaliteit en het toetsen hiervan hebben neergelegd bij beroeps- en koepelorganisaties, legt de wet deze nu neer bij de therapeut en is het de overheid die de therapeut controleert.
Een aantal aspecten zijn hierbij van belang:
De wet geeft goede handvatten voor de afhandeling van het klachtrecht, het aanstellen van een vertrouwenspersoon, het afhandelen van klachten en de geschillencommissie.
De wetgever heeft binnen de Wkkgz officieel nog geen taak weggelegd voor de beroepsverenigingen en koepelorganisaties. Het ministerie van VWS en de uitvoerende organisatie, de IGZ, zijn over het handhaven van de wet wel in gesprek zijn met koepelorganisaties, die weer overleg hebben met de beroepsverenigingen die in rechtstreeks contact staan met de bij hun aangesloten therapeuten.

De groep therapeuten die niet aangesloten is bij een beroepsvereniging zal moeten kijken hoe aan de wettelijke eisen voldaan kan worden.
Beroepsverenigingen kunnen hierop inspelen en ook therapeuten die niet vergoed worden door de zorgverzekeraar de mogelijkheid geven lid te worden.
Door deze wet krijgen de beroepsverenigingen en het veld de mogelijkheid om therapeuten die niet vergoed (willen) worden toch een platform te geven.

Voor een therapeut is het belangrijk te realiseren dat de wet Wkkgz direct van toepassing is op de therapeut, de zorgverlener of de zorginstantie. Het kennen van de wettelijke regels is hierdoor een verplichting van iedere therapeut. Opleidingen hebben hier ook een taak want zodra een afgestudeerde student zich inschrijft bij de kamer van koophandel valt de brief van de IGZ op de mat. Maar belangrijker, ook wanneer iemand niet officieel een praktijk start en wel praktiseert moet aan de eisen voldaan worden.
De therapeut moet er zorg voor dragen om vanaf 1 januari 2017 aangesloten te zijn bij een geschillencommissie en dat klachtenafhandeling met een klachtenfunctionaris mogelijk is.
Deze verantwoordelijkheid ligt niet bij koepelorganisaties of beroepsorganisaties.

Voortvloeiend uit deze wet volgt verder dat de therapeut:

Een goede dossiervorming hanteert, waarbij ook kwaliteitsbewaking van belang is.
Een meldcode heeft voor het omgaan met signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en hiernaar handelt.
Een meldplicht heeft aan de IGZ met betrekking tot calamiteiten binnen de praktijk.
Verplicht is om de klachtenregeling en geschillenregeling actief onder de aandacht van cliënten te brengen.
Verder is het voor de therapeut van belang om te weten of de beroepsaansprakelijkheidsverzekering een bedrag van 25.000 euro dekt bij het toekennen van een schadebedrag door de geschillen commissie.
Veel van deze zaken zijn al geregeld bij beroepsverenigingen en of koepelorganisaties. De verplichting van het naleven van de wet blijft echter een plicht van de zorgverlener.
Het is van belang om in de gaten te houden wat de ontwikkelingen zijn vanuit de wet Wkkgz dit kan via http://www.kwaliteitenklachtenzorg.nl.